In Haarlem is behangen altijd erg populair geweest. Haarlem was/is de behang-stad van Nederland. Niet voor niets hebben wij een grote collectie behangboeken. Grote merken als Eijffinger, Voca, Dutch Wallcoverings Hooked on Walls en Arte zijn door ons leverbaar.

In de middeleeuwen begon men in Nederland / Haarlem de muren met wandtapijten te behangen. Het gebruik van tapijten langs de muren werd door de Arabieren of kruisvaarders in Europa geïntroduceerd. Eeuwenlang zou het behang zijn oosterse afkomst verraden door de typische tapijtmotieven.

Eind 16e eeuw kwam het in de mode om goudleerbehang te gebruiken, bedrukt met een houtsnede. Om de Franse zijde-industrie te beschermen, verbood Lodewijk XIV het bedrukken van stoffen, maar het bedrukken van papier was geen probleem. In het midden van de 18e eeuw werd de behangselfabricage een hele industrie met vooral in Engeland en Frankrijk een massale productie. Aanvankelijk werden de allerduurste soorten op bestelling met de hand beschilderd, soms met blokken bedrukt en aan elkaar geplakt door de arbeiders.

Jean-Baptiste Réveillon was een van de succesvolsten die zich bezighield met het produceren van behang. In 1756 startte hij een fabriek op die dertig jaar later aan 300 man een inkomen bood. Hij trok beroemde kunstenaars aan om behang te beschilderen. Al gauw kreeg hij concurrentie. Zelfs Casanovarichtte in Parijs een behangselfabriek op. In 1783 werd voor het eerst behang gebruikt om de luchtballons van de gebroeders Montgolfier te maken en te verfraaien.

In Hoorn ontstond rond 1777 op initiatief van de Vaderlandsche Maatschappij, een behangfabriek, opgezet door de doopsgezinde predikant Cornelis Ris. Het Westfries Museum bezit een belangrijke collectie behangsels uit deze half-filantropische en half-commerciële onderneming, gesteund door de bewindhebbers van de Sociëteit van Suriname.

In het Museum Geelvinck-Hinlopen Huis is een ensemble van vijf behangsels van Egbert van Drielst te zien. Johannes van Dreght en zijn leerling Jurriaan Andriessen waren eveneens veel gevraagde behangschilders. Rond 1800 waren er wel twintig behangschilders aan het werk in Nederland. De schilders werkten aan huis, zodat ze rekening konden houden met de lichtinval. Ze idealiseerden de natuur met vredige taferelen en landschappen.

in 1839 vroeg de Engelse firma Potters & Rose patent aan op de eerste behangdrukmachine. Daarna kwamen de eindeloze rollen behang op de markt, en zakte de prijs tot een kwartje per rol. De enige Nederlandse fabriek van behangpapier was in de 19e eeuw die van Balthasar Deuss in Roermond, die in 1899 door de buitenlandse concurrentie moest stoppen.

Aan het einde van de 19e eeuw daalde de papierprijs. Ook de motieven werden armzaliger. In de tweede helft van de 20e eeuw werd motiefbehang steeds zeldzamer, om tegen het einde bijna verdwenen te zijn. De laatste jaren wint motiefbehang echter weer aan populariteit, ook bij jonge mensen.

Klik hier om uw eigen tekst toe te voegen